Betaald parkeren. En dan niet zomaar in één wijk, maar -op termijn- in de hele stad. Ik denk dat er weinig stadsgenoten zijn die er de afgelopen week geen gesprek over gevoerd hebben. Voor veel mensen kwam de aankondiging als een onaangename verrassing. En natuurlijk snap ik dat het schuurt: in tijden van forse inflatie en hoge energieprijzen, zitten mensen niet te wachten op nog een extra kostenpost. Maar wat blijkt? Betaald parkeren blijkt juist een behoorlijk sociale maatregel: het draagt namelijk bij aan een groene en sociale stad.

Allereerst zorgt betaald parkeren ervoor dat mensen sneller een alternatief vervoermiddel kiezen: het openbaar vervoer, de fiets, wandelen of deelmobiliteit. Dat betekent minder luchtvervuiling, minder herrie en een betere verkeersveiligheid. Dat is allemaal fijn voor je medemens, en dus best sociaal.

Ten tweede zorgt betaald parkeren ervoor dat er uiteindelijk minder auto’s op de weg, op de stoep of in het groen staan. Een auto neemt toch al snel zo’n 10 vierkante meter openbare ruimte in die nergens anders voor gebruikt kan worden. Minder geparkeerde auto’s betekent dus dat er meer ruimte overblijft voor groen, voor speelplaatsen of voor bijvoorbeeld een gezellig pleintje. Allemaal dingen waar iedereen gebruik van kan maken, en niet alleen de autobezitter.

Ten derde zorgt betaald parkeren ervoor dat er minder parkeerdruk komt, dus dat er minder onnodige rondjes gereden worden op zoek naar een plekje. Omdat er overal betaald parkeren wordt ingevoerd, ontstaat er geen ‘parkeertoerisme’ in aanliggende wijken waar parkeren nog wel gratis is – een probleem dat de afgelopen jaren meermaals is opgetreden.

Tot slot de financiële kant. Openbare ruimte is schaars en niet gratis. De Correspondent becijferende een aantal jaren terug hoe gigantisch de mismatch is tussen wat openbare ruimte daadwerkelijk kost en het 'schijntje’ dat de automobilist ervoor betaalt. Sommige mensen lijken te denken dat het geld dat mensen betalen voor een parkeerplaats in de achterzak van de gemeente belandt, een soort ‘winst’. Gelukkig werkt de gemeente zo niet: het geld dat wordt opgehaald wordt geïnvesteerd in de stad en in haar inwoners. Een sociale, duurzame stad, met uitgebreide armoederegelingen, meer geld voor duurzame energie, veel meer sociale huurwoningen. En niet te vergeten: we investeren fors in fietsen, lopen, OV, deelmobiliteit en parkeren op afstand. Allemaal dingen die geld kosten en die voor GroenLinks belangrijker zijn dan een gratis parkeerplaats.

Daarbij meteen een kanttekening. Want natuurlijk weten we ook dat sommige mensen niet zonder de auto kunnen, vanwege hun beroep, ouderdom, handicap, of wat dan ook. En we weten dat er mensen zijn die nu al ieder dubbeltje om moeten draaien. Juist voor die mensen zijn we er ook.  We ontzien bewonersvergunningen, met name in de gebieden buiten het centrum. We zoeken naar manieren om mensen met een laag inkomen te steunen. We pakken verkeersarmoede aan, door bijvoorbeeld korting op deelmobiliteit en goedkope fietsen voor mensen met lage inkomens.

En ja, ik begrijp dat ook na dit relaas niet iedereen staat te juichen. Maar wie binnenkort over een mooi breed fietspad door een groene straat met zijn of haar kinderen naar een speeltuin fietst, ziet hopelijk ook de zonnige kant van deze maatregel.

Fred Dekkers